KAAP
Terug naar overzicht

Elkaar dansend in de ogen kijken

06/07/2019

Tactile Quartet(s): (on)geloof in (on)zichtbaarheid

Zoals al wat van belang is, begint Tactile Quartet(s) van Vera Tussing met in elkaars ogen kijken. Elkaars aanwezigheid erkennen, flirten met de drempel van onderling begrip. Een zwarte vloer met twee gekantelde vierkanten in tape met als achtergrond niets of niemand minder dan de zee herself, alive and kicking. Dat, terwijl aan de rand (de afgrond?) een hoopje pupiters, statieven en stoelen worden verzameld.

Het meest samenvattende beeld: de vier danser staan elk in een hoek van een vierkant. Ze lijken zich er hun uitweg te zoeken maar dat is buiten hun voeten gerekend, die wortels geschoten lijken te hebben in de grond. Ze doen je wat denken aan die typische luchtpoppen die je aan de ingang van carwashes en meubelsalons verwelkomen. De machine die de poppen van diverse aard onderaan van lucht voorziet en voor de beweging zorgt, is ook wat hen aan de grond houdt.

De voorstelling broedt op iets magisch: de paradox van het zicht. Het laat je de volledige duur naar iets onzichtbaar kijken waarvan je nooit diezelfde aard (de onzichtbaarheid) lijkt te kunnen geloven, net omdat ze het zo tastbaar weten te maken. Wanneer de dansers zich in een vierkant concentreren en er tussen hen een brandpunt ontstaat die alle energie opeist* of wanneer ze met een toeschouwer als anker een korte keten maken waarvan het publiek zelf moet uitmaken waarnaar die leidt. De zee reikt zich daartoe altijd aan als vrijwilliger.

De samenhorigheid die het eerste deel van Tactile Quartet(s) lijkt te kenmerken is echter geen constante. Het is zo een getrouwe echo van het leven zelf. Van begin af aan wordt hierop gezinspeeld: de vier dansers deinen door een dans die harmonisch in disharmonie is. Dit terwijl de muziek zich – te pas en te onpas – als vluchtig water door de gleuven tussen hen in wringt. Het gedeelde vierkant is hun wereld niet en ze geven zich uiteindelijk over tot de verkenning van de rest van de vloer terwijl ze rake associaties mompelen à la “chronosquartet” en “four seasons of Vivaldi”.

Het lijkt erop dat Vera Tussing een voorstelling heeft gemaakt die een ode is aan het blanke moment vooraleer een voorstelling begint: de luttele momenten net voordat het doek opent, het scherm aanspringt, je de dijk oploopt en de zee al hoort maar nog niet ziet. De momenten waarop je je verwachtingen nog te baas moet blijven. Verwachtingen die als wilde honden in je hoofd razen, tegen de tralies bonzen in de gebrande wetenschap dat het begin van de voorstelling samenvalt met hun vrijlating (of die vrijheid nu teleurstelt of niet). Het zijn momenten die te vaak onbezongen blijven ondanks hun onmiskenbare belang voor de kunst: de verwachtingen, die vuile honden, zijn wat ons ertoe brengen in een cinema-, theater- of strandstoeltje te gaan zitten. En, misschien wel belangrijker nog, er telkens naar terug te keren, na teleurgesteld geweest te zijn of niet. Tactile quartet(s) draagt bij tot diezelfde reflex maar ontgoocheld daarbij niet: geen fear of missing out naar wat er na dat blanke eerste moment zou gebeuren, enkel verwondering en geloof in de verwachtingen van dit work in progress.

Bo Alfaro Decreton

foto: Tine Declerck